Conservering en restauratie - Over schilderijen
Schilderijen bestaan uit verschillende lagen. De verf wordt aangebracht op een drager, meestal van linnen of hout. Het linnen wordt gespannen op een span- of spieraam, dat zijn naam ontleent aan de spietjes in de hoeken waarmee het raam iets te vergroten is (tegen een slaphangend doek). De drager wordt behandeld met een grondlaag waar de eigenlijke verflaag op wordt aangebracht. Dit kan bestaan uit pigmenten in olie, acrylaat, was, ei, gom of een menging van media. Als laatste laag wordt vaak een vernislaag aangebracht.
Sommige veranderingen die schilderijen in de loop van hun leven ondergaan zijn onvermijdelijk, bijvoorbeeld het verschijnen van bepaalde soorten barsten in de verf (craquelé). Op zich vormt dit geen bedreiging van het schilderij, het hoeft dus niet direct als schade te worden gezien. Op oude schilderijen wordt soms de olieverf in de loop der tijd wat transparanter, daardoor kan een onderliggende tekening gaan doorschemeren.
Veranderingen (verkleuringen) in de vernislaag zullen echter aanzienlijk sneller optreden, gemiddeld genomen kan een vernis (traditionele natuurharsvernis) van 25 jaar oud al behoorlijk zijn vergeeld. Het telkens weer schoonmaken van een schilderij is natuurlijk een grote belasting en investering, er is daarom veel onderzoek gedaan naar stabielere vernissen. De technische ontwikkelingen staan ook niet stil, gelukkig is er inmiddels dan ook een keur aan hoogwaardige vernissen beschikbaar.
|